.jpg)
.jpg)
Ken je deze stoel? Waarschijnlijk niet. Toch weet je direct wat je ermee moet doen: zitten.
Onze hersenen willen het ons zo makkelijk mogelijk maken. Ze herkennen patronen, leggen verbanden en zorgen ervoor dat we niet steeds opnieuw hoeven na te denken over wat we zien. Als je een stoel ziet, weet je waarvoor die bedoeld is: zitten.
Maar wat gebeurt er als het niet over een stoel gaat, maar over mensen? En over de aannames die we daarbij maken?
Als professional willen we aansluiten bij de leefwereld van cliënten. Toch speelt er in ieder gesprek iets mee waar we ons niet altijd bewust van zijn: ons brein.
Dat trekt conclusies, vult informatie aan, reageert op eerdere ervaringen en maakt voortdurend verhalen over wat het denkt te zien. Vooral in situaties van stress, ongemak of tijdsdruk kan dat invloed hebben op ons professionele handelen. Een bias noemen we dat ook wel.
Een bias is een mechanisme van ons brein dat ervoor zorgt dat we snel betekenis geven aan situaties, gebeurtenissen en gedrag van anderen. Dat helpt ons om de wereld overzichtelijk te houden.
Tegelijkertijd kan het ervoor zorgen dat we minder openstaan voor andere verklaringen of perspectieven. Je zou kunnen zeggen: een bias is een belemmering voor nieuwsgierigheid.
Op zichzelf is dat niet vreemd. Sterker nog: zonder dit soort mentale snelkoppelingen zouden we voortdurend overspoeld worden door informatie. Het wordt pas ingewikkeld wanneer we onze eerste interpretatie gaan zien als een feit.
Als professional is het belangrijk om feiten en interpretaties van elkaar te kunnen onderscheiden. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar in de praktijk is dat allesbehalve vanzelfsprekend. Stel dat je vooraf informatie hebt gekregen over een cliënt, bijvoorbeeld uit een overdracht, een dossier of van een collega. Nog voordat je de ander hebt ontmoet, zijn je hersenen al begonnen met het vormen van een beeld.
Naarmate je langer in het vak werkt, beschik je bovendien over meer kennis, ervaring en overtuigingen. Dat is waardevol, omdat je sneller patronen herkent en situaties beter kunt duiden.Tegelijkertijd schuilt daarin een risico. Wat je eerder hebt gezien, kan namelijk ongemerkt gaan bepalen wat je nu verwacht te zien.
Een herkenbaar voorbeeld is een cliënt die meerdere afspraken heeft gemist. Voor je het weet ontstaat de gedachte dat iemand ongemotiveerd is of niet wil meewerken. Maar misschien spelen er heel andere factoren mee, zoals stress, gezondheidsproblemen, mantelzorgtaken of onzekerheid. Hoe sterker onze eerste verklaring voelt, hoe moeilijker het soms wordt om nieuwsgierig te blijven naar andere mogelijkheden.
Hoe open luister je nog wanneer je brein al een verklaring heeft bedacht?
Professioneel vakmanschap vraagt daarom niet alleen kennis van de ander, maar ook kennis van jezelf. Het gaat over het herkennen van momenten waarop je aannames verwart met feiten. Over bewust vertragen voordat je een analyse maakt. En over ruimte houden voor perspectieven die niet direct aansluiten bij jouw eerste indruk.
Het doel is daarbij niet om biases volledig uit te schakelen. Dat kan niet. Goede professionals hebben namelijk óók biases. Het verschil zit niet in het afwezig zijn van aannames, maar in het vermogen om ze te herkennen, ter discussie te stellen en waar nodig bij te stellen.
Binnen onze trainingen onderzoeken we samen hoe het brein werkt, welke denkfouten en biases daarbij horen en wat dat betekent voor het dagelijks handelen van professionals. Zo leren we bias beter herkennen en er bewuster mee omgaan. Dat helpt om open gesprekken te voeren, beter aan te sluiten bij de leefwereld van cliënten en zorgvuldigere afwegingen te maken in de praktijk.
Bij een stoel is een eerste indruk vaak voldoende. Bij mensen begint goed professioneel handelen juist waar die eerste indruk eindigt.