Zelfredzaamheid in een wereld vol afhankelijkheid

Mickey Bramer
September 25, 2026
4 minuten
Download rapport

Zelfredzaamheid in een wereld vol afhankelijkheid

Het derde deel van een reeks over zelfredzaamheid als ideaal binnen het sociaal domein. Dit keer: over de relatie tussen individu en omgeving.

 

In mijn vorige nieuwsberichten (27 augustus, 8 september) hebben we verkend hoe zelfredzaamheid en meritocratie (‘aan ieder wat die verdient’) nuttige ideeën zijn: ze leggen de nadruk op autonomie en vrijheid. Ze stellen ons als individu in staat om ons leven in te richten zoals we dat zelf voor ons zien. Maar we zagen ook dat er keerzijde aan zit. Als we te hard inzetten op eigen verantwoordelijkheid en het belang van de burger zelf uit het oog verliezen, blijft er weinig ruimte over voor een gevoel van ‘samen’, van solidariteit.

Wat zelfredzaamheid en meritocratie als grond aanname gemeen hebben, is dat ze het individu zien als een volledig losstaande entiteit, als een eiland in een oceaan waar het Ik de scepter zwaait en overal invloed op heeft. Dit derde deel gaat over die aanname.

             

Een web van afhankelijkheden

De scheiding tussen zelf en wereld ligt diep in ons geworteld. Tijdens je ontwikkeling als kind is het een belangrijke fase om de scheiding te leren tussen ‘ik’ en de wereld om je heen. Dat is het moment dat je jezelf kunt gaan herkennen in de spiegel, en je actief kunt beginnen met de wereld naar je hand zetten. Vervolgens groei je op een (westerse) samenleving waar de nadruk ligt op het individu.

‍

Maar eenmaal de kinderfase ontgroeid kunnen we dat idee ook tegen het licht houden, en allerlei fascinerende nuances ontdekken. De eerste is al genoemd in het vorige bericht: wat jouw kwaliteiten waard zijn (je ‘verdienste’) is afhankelijk van hoe je omgeving die beoordeelt. Messi’s carrière had er in Middeleeuws Frankrijk een stuk anders uitgezien. Hetzelfde geldt ook in het negatieve geval: een rolstoel wordt pas echt een probleem in een samenleving zonder liften. Tussen jou en je omgeving bestaat een relatie die niet los te maken is.

‍

Deze relatie kunnen we algemener trekken in een gedachte-experiment. Misschien lees je dit terwijl je iets aan het eten bent; stel je anders even voor dat je een boterham met pindakaas in handen hebt. Neem eens een hap, en terwijl je langzaam kauwt, beeld je dan eens in dat elk mens dat heeft meegewerkt aan deze boterham in je kamer staat. Denk bijvoorbeeld aan het bewerken van het land, het oogsten, het vervoeren van het graan, het produceren van andere ingrediënten, het bewerken tot brood, het vervoeren en verkopen van het brood. Hetzelfde voor de pindakaas, voor het mes waarmee je gesmeerd hebt, voor de verpakkingen. En hoe zit het met non-menselijke factoren? De bacteriën in de aarde, de groeiende planten, het zonlicht, de regen, de materialen voor het vervoer, voor het verpakkingsmateriaal, de fabrieken die daarvoor nodig zijn, en ga maar door. Je kamer is gegarandeerd te klein.

 

Toeval

En dit ging alleen nog maar over je boterham! Wat zou er gebeuren als we dit zelfde gedachte-experiment nog een keer zouden doen, maar dan voor jou als volledig mens? Hoeveel andere mensen hebben invloed gehad op wie jij nu bent? Denk aan ouders, verdere familie, vrienden, geliefden, docenten, schrijvers, regisseurs, muzikanten, etc.

‍

Beide gedachte-experimenten laten zien dat het idee van een onafhankelijke Ik enorm genuanceerd is. Het individu kan niet los gezien worden van zijn omgeving, een inzicht dat ook in de ecologie gebruikt wordt: je bestudeert niet een los organisme, maar een geheel van organisme en omgeving, ook wel ‘organism-environment’ genoemd. Wat we denken te zien als individu is het resultaat van een voortdurende wisselwerking tussen die twee.

‍

Als we nog één keer terugkeren naar het laatste gedachte-experiment, je uitpuilende kamer met familie en vage kennissen, kunnen we een laatste reflectie doen: hoeveel van die mensen heb je zelf actief, bewust, gekozen? Hoeveel grotere levenskeuzes (zoals een hobby of vriendschap) waren gecontroleerde keuzes, en hoeveel kwamen toevallig op je pad? Voor mij geldt overweldigend het laatste: als ik heel eerlijk ben hang ik aan elkaar van pech en mazzel, en ik gok jij ook. En voor de duidelijkheid: daar is niks mis mee, dat is nou eenmaal de structuur van het leven. Dat besef vervult me vaak met ontzag en verwondering, alsof ik naar een heldere sterrenhemel kijk.

 

Terug naar zelfredzaamheid: de Ander

Het stelt ons alleen wel de vraag: zo bezien, wat betekenen ideeën als eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid nog?

‍

Nog steeds iets natuurlijk, want je wil nog steeds dat iedereen actief bijdraagt aan dat mooie web van afhankelijkheden. Maar het laat ook zien dat het begrip zelfredzaamheid heel relatief is: niemand is écht zelfredzaam, in de letterlijke zin van het woord. Afhankelijkheid en toeval spelen in al onze levens een rol. Een rijk iemand is even afhankelijk van anderen als een arm iemand (soms zelfs nog meer: denk aan alle diensten die worden uitbesteed, zoals schoonmaken, boodschappen bezorgen of belastingaangifte doen).

‍

Uiteindelijk kunnen we als Ik niet om de Ander heen: we hebben elkaar nodig voor ons eten, ons drinken, onze veiligheid, ons geluk en ons karakter. In het erkennen van dat feit zit een enorme kracht: het verschuift het zwaartepunt van het gesprek, van verantwoordelijkheid naar compassie. En vanuit die compassie kunnen we de burger écht goed ondersteunen.

 

Potentie tot verandering benutten

In het werk van ZINZIZ wordt de relatie tussen omgeving en individu niet genegeerd, maar juist centraal gesteld: als die link zo sterk is, kan de omgeving ook benut worden om het individu vooruit te helpen.

 

Meer weten? Neem gerust contact op.

‍