Het Kirkpatrick-model: De effecten en impact van leren inzichtelijk maken

Er wordt steeds meer aandacht besteed aan het vakmanschap van professionals binnen het sociaal domein. Niet meer dan terecht, want het is een mooi en complex vak waar het niet meer dan logisch is dat we professionals voeden in het vakmanschap. Dit gebeurt vaak door een combinatie van formeel en informeel leren,waarbij niet alleen professionals zelf, maar ook leidinggevenden en andere betrokkenen binnen de organisatie een actieve rol spelen.

Wanneer er tijd en energie wordt geïnvesteerd in leren en ontwikkelen, is het belangrijk om inzicht te krijgen in het effect van deze inspanningen. Wat leveren trainingen en vakopleidingen daadwerkelijk op in de praktijk? Bij ZINZIZ maken we hiervoor gebruik van het model van Kirkpatrick, een veelgebruikt en bewezen evaluatiemodel om de impact van leren te meten.

Het Kirkpatrick-model

In 1954 schreef Kirkpatrick zijn proefschrift over het onderwerp ‘de vier niveaus van leeractiviteit’. Deze inzichten werkte hij later uit in het boek Evaluating Training Programs, dat in 1994 werd gepubliceerd. In dit model beschrijft Kirkpatrick vier op elkaar voortbouwende niveaus om het effect van trainingente evalueren. Het model helpt organisaties te beoordelen of opgedane kenniszich daadwerkelijk vertaalt naar verandering in houding en gedrag.

De vier niveaus van impact en evaluatie

Het Kirkpatrick-model onderscheidt vier niveaus van impact, die samen inzicht geven in de effectiviteit van trainingen en leerinterventies.

 1. Reactie: tevredenheid, relevantie en betrokkenheid

Het eerste niveau gaat in op de reactie en de evaluatie van de deelnemers:

1.  Hoe hebben deelnemers de training ervaren?

2.  Zijn zij tevreden over de inhoud en de aanpak?

3.  Sluit de training aan bij hun leerbehoeften?

 

Evaluatie op dit niveau bestaat vaak uit een schriftelijk evaluatieformulier dat ter plekke wordt ingevuld. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat een positieve evaluatie niet noodzakelijkerwijs een effectieve training signaleert. Een positieve evaluatie kan immers ook een indicatie zijn van sociaal wenselijke antwoorden, een hoge gunfactor van de trainer, of een training die weinig uitdaging heeft geboden en de deelnemers vooral gevoed heeft in hun comfort zone. Andersom kan een negatieve evaluatie duiden op een training die op lange(re) termijn zeer effectief bleek te zijn, juist omdat de trainer de deelnemers uit hun comfortzone heeft gehaald.

2. Leren: opgedane inzichten, kennis en vaardigheden

Voortbouwend op de evaluatie bij de deelnemers wordt op dit niveau geëvalueerd of de kennis en vaardigheden ook is 'blijven hangen' bij de deelnemers.

1.  Is er nieuwe kennis opgedaan?

2.  Wat weten of begrijpen de deelnemers nu beter?

3.  Welke vaardigheden kunnen zij effectiever toepassen?

Dit niveau wordt vaak geëvalueerd met toetsen, examens of praktijkopdrachten. Zo wordt inzichtelijk of deelnemers de kennis kunnen reproduceren en de aangeleerde vaardigheden daadwerkelijk beheersen.

3. Gedrag: toepassing in de dagelijkse praktijk

Het derde niveau richt zich op de transfer naar de praktijk. Hier wordt onderzocht of deelnemers het geleerde ook toepassen in hun dagelijkse werk:

1.  Is er transfer naar de toepassing in de praktijk?

2.  Is verandering in houding en gedrag merkbaar in de dagelijkse praktijk?

 

Dit wordt vaak geëvalueerd door observaties in de praktijk, bijvoorbeeld door een leidinggevende of een interne trainer.

4. Resultaat: bijdrage aan organisatiedoelstellingen

Het vierde niveau kijkt naar de impact van gedragsverandering op organisatieniveau:

1. Vertaalt de verandering in houding en gedrag zich naar de beoogde organisatiedoelstellingen?

2.  Is de verandering merkbaar voor cliënten, leidinggevenden, collega's en/of voor ketenpartners?

Deze impact wordt meestal indirect gemeten, bijvoorbeeld via medewerkerstevredenheidsonderzoeken, cliënttevredenheidsonderzoeken of andere organisatiebrede indicatoren.

Hoe maak je het praktisch?

De voordelen van methodisch handelen zijn dus helder. In de praktijk blijkt dit echter soms lastiger dan gedacht. Het vraagt namelijk abstract denk niveau, zelf reflecterend vermogen en lef. Belangrijke randvoorwaarden zijn heldere doelen, duidelijke kaders en een goede rolverdeling. Wanneer deze basis op orde is, kun je concreet en gericht aan de slag met het meten van impact en effectiviteit .

 

Meer weten?

Wil je afstemmen hoe het Kirkpatrick-model kan helpen bij het evalueren van de effecten van trainingen, vakopleidingen of andere leerinterventies? We gaan graag met je in gesprek.

Neem contact met ons op via femke@zinziz.nl.

Download rapport

Teamleden